Hemelvaartsdag


Op Hemelvaartsdag (Latijn: Ascensionis Domini) wordt binnen de Kerk herdacht dat Jezus Christus is opgevaren naar zijn Vader in de hemel, op de veertigste dag van zijn opstanding. dus altijd op een donderdag. Hemelvaart is een onderdeel van de paascyclus.

Dat Hemelvaart op de veertigste Paasdag gevierd wordt, gaat terug op de eerste verzen van de Handelingen der Apostelen van de Evangelist Lucas: "Mijn eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. Aan hen heeft Hij veertig dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was." (Handelingen 1, 1-3).

Vroeger stonden de mensen op Hemelvaartsdag al voor dag en dauw om drie uur 's nachts op. Men ging zingend met blote voeten door het gras lopen, omdat men verwachtte dat dit ritueel een magische of genezende werking zou hebben. Dit werd dauwtrappen genoemd. Hieruit ontstond de traditie 's morgens vroeg op te staan en bijvoorbeeld een heel eind te gaan wandelen of fietsen.